Mijn mooiste N.E.C. - Vitesse
Column door Arno Arts.

Zondag 2 oktober. Nadat ik Twente-Excelsior voor Eredivisie live heb geanalyseerd, rijd ik terug naar huis. In de buurt van Arnhem gaat mijn mobiel. Het is mijn vrouw Joyce, die in het ziekenhuis ligt voor een niervergruizing. Ze zegt dat ze zich ontzettend slecht voelt, waarna een verpleegkundige de telefoon van haar overneemt en me verzoekt zo snel mogelijk naar het ziekenhuis te komen. Er zijn complicaties opgetreden. Ik druk het gaspedaal stevig in en krijg een onbehaaglijk gevoel in mijn borstkas. Wat zou er aan de hand zijn? Het wachten was slechts op het uitplassen van enkele steentjes.
In het ziekenhuis wacht de dokter me op. Hij vertelt dat mijn vrouw ernstig ziek is. Er is een bacterie in haar bloedbaan gekomen die alle organen aantast en haar lichaam vergiftigt. Met spoed is ze opgenomen op de intensive care, waar ze aan 18 slangen, een nierdialyseapparaat, diverse monitoren en later aan de beademing wordt gelegd. Joyce zelf weet hier niets meer van; ze wordt een kleine week in slaap gehouden.
Familie en vrienden komen naar het ziekenhuis en vergezellen me 's nachts in het CWZ. Diezelfde zondagavond/nacht krijg ik een eerste sms op mijn mobiel: 'Arno, sterkte!!! Alex Pastoor'. (Bedankt hiervoor, Alex, het deed me ontzettend goed). Een pastoor kan ik wel gebruiken, want bidden in een goede afloop is het enige dat ons rest.
Maandag licht ik mijn kinderen Chris (13) en Isa (10) in. Ik vertel ze eerlijk dat mama ernstig ziek is en dat het twee kanten op kan gaan. Onophoudelijk huilend zitten we aan de keukentafel te wachten op wat komen gaat. Maandag krijgt Joyce twee lijnen en een cocktail aan antibiotica toegediend. Ze vecht voor haar leven, het vechten en strijden in ons clublied is hier niets bij.
Met mezelf gaat het slecht. Ik slaap niet vanwege de ondraaglijke spanning/angst die door mijn lijf giert. 's Ochtends rijd ik brakend en kokhalzend richting ziekenhuis. De vraag van mijn zoon snijdt door m'n ziel: "Gaat mama het overleven?" En mijn dochter probeert me te ondersteunen: "Mama kan het, pap, ze is een vechter". Ik denk: het zal toch niet gebeuren dat ik 23 jaar nadat ik mijn moeder heb verloren, ook mijn vrouw verlies.
De spanning mat me af. Geef mij maar de stress van een penalty in een belangrijke wedstrijd; daar draai ik mijn hand niet voor om. Voetbal, ik had er nog geen moment aan gedacht. Oké, de Voetbal International lees ik naast het bed waar Joyce aan de beademing ligt. Ik heb 'm gelezen, maar eigenlijk ook niet. Voetbal kan me geen reet schelen en de Televizier Ring (sorry Wilfred, Johan en René) moet maar naar één vrouw gaan: mijn Joyce die altijd zich weggecijferd heeft voor mij en ons gezinnetje.
Dan: goed nieuws. De antibiotica slaat aan; Joyce wordt iedere dag een beetje beter. De beademing gaat eraf en de medicijnen worden afgebouwd. Op zondag 16 oktober, na twee weken IC, rijd ik Joyce naar de afdeling toe. Ik zie de tranen in haar ogen, omdat ze weer bomen, lucht, licht en zon kan zien. Op een steenworp afstand is De Derby bezig: N.E.C.-Vitesse. Chanturia maakt de 0-1. Ik hoor het omdat een chirurg me dit vloekend op de gang meedeelt. Ik wist niet eens dat de derby gespeeld wordt. Vergeef me supporters, maar dit was de mooiste derby ooit. Mijn vrouw Joyce heeft het licht weer gezien, N.E.C. verliest die middag een voetbalwedstrijd.
Voetbal, de belangrijkste bijzaak in mijn leven.
Arno Arts
P.S. C38 IC Canisius Wilhelmina Ziekenhuis: duizendmaal dank!











