Eigen haard is goud waard
N.E.C. en De Goffert. Het zijn tegenwoordig twee onlosmakelijk verbonden begrippen. En toch, het is pas sinds het jaar 2000, toen er een volledig nieuw stadion werd gebouwd, dat N.E.C. zich echt happy voelt in het stadspark.
Op de Hazenkampseweg groeide N.E.C. uit tot een toonaangevende club. Dankzij de eigen velden, en het eigen clubhuis stroomden de leden toe. N.E.C. kreeg een bloeiende jeugdafdeling en de recettes werden ook steeds hoger. In de jaren dertig streefde N.E.C. buurman Quick eindelijk voorbij en pal voor de oorlog, in 1939, mocht de Nijmegen Eendracht Combinatie zich de derde club van Nederland noemen.
In datzelfde jaar werd iets verder zuidelijker in de stad het gigantische stadion De Goffert geopend. In grootte destijds het derde stadion van Nederland, na De Kuip en het Olympisch stadion in Amsterdam. De Goffert was gebouwd als onderdeel van het gelijknamige stadspark. Duizenden Nijmeegse werklozen hadden tijdens de crisisjaren min of meer verplicht moeten ploeteren in het park, en zij vervloekten vooral het stadion. 'De Bloedkuul' was de bijnaam. Geen wonder, want De Goffert werd volledig met de hand uitgegraven. Een kuil van zes meter diep, hellingen van negen meter hoog. In totaal 80.000 kubieke meter grond werd verplaatst.
Bloed, zweet en tranen kostte de aanleg, en toen daar dan een sprankelend wit geschilderd stadion lag, wilde niemand er voetballen. Quick en N.E.C. waren de clubs die in aanmerking kwamen, maar beide clubs bedankten vriendelijk voor de eer. Waarom zouden ze ook? Voor de Goffert moesten ze huur betalen, terwijl ze aan de Hazenkamp hun eigen stadions hadden, die meestal groot genoeg waren. N.E.C. bijvoorbeeld kon 12.000 toeschouwers bergen op de Hazenkamp.
Pas op 29 maart 1942 speelde N.E.C. voor het eerst in De Goffert. De derby tegen Quick werd als experiment in het grote stadion gespeeld. Met 15.000 toeschouwers kon de penningmeester tevreden zijn. Maar nog steeds piekerde geen N.E.C.'er over een verhuizing. Toch kwam het daar wel van.
In het laatste oorlogsjaar werd het N.E.C.-terrein namelijk vrijwel volledig vernield. Eerst door het oorlogsgeweld zelf, daarna doordat de Engelsen en Canadezen de velden gebruikten als legerbasis. Daardoor moest het eerste elftal van N.E.C. wel uitwijken naar De Goffert.
In het seizoen 1945-1946 werd De Goffert echter meteen stevig vervloekt. Van de eerste tien thuisduels won N.E.C. er slechts drie. Natuurlijk werd het grote stadion meteen als de oorzaak van de slechte prestaties opgevoerd. Toch draaide men al snel bij. Geen wonder, want N.E.C. presteerde de eerste jaren na de oorlog uitstekend en haalde dankzij De Goffert enorme toeschouwersaantallen. Alleen al in de kampioenscompetitie van 1947 (vijf thuiswedstrijden) telde de penningmeester 125.000 bezoekers.
De nadelen van de Goffert bleken echter in de mindere jaren die daarna volgden. In het begin van de jaren vijftig holden de toeschouwersaantallen achteruit en werd voor het eerst duidelijk hoe sfeerloos De Goffert kon zijn. Toch verhuisde in 1961 de hele club naar het park. De gemeente had het terrein aan de Hazenkampseweg nodig als bouwgrond en net als Quick moest N.E.C. daarom vertrekken.
Een echt goede deal was de min of meer gedwongen verhuizing niet voor N.E.C.. De club was eigenaar geweest van de velden en opstallen aan de Hazenkampseweg, maar werd nu huurder van het Goffertstadion en de bijvelden. En het clubhuis en kleedkamers op De Goffert waren ook niet veel bijzonders. Quick sprongen er met de verhuizing naar de Dennenstraat heel wat beter uit.
Echt klagen deed N.E.C. aanvankelijk niet, want in de jaren zestig ging het goed met de club. Promoties naar eerste en eredivisie zorgden voor hoge toeschouwersaantallen. Pas toen de prestaties halverwege de jaren zeventig begonnen terug te lopen, startte het geklaag over De Goffert pas echt. Al in het begin van de jaren tachtig was duidelijk dat er ooit iets rigoureus aan het stadion zou moeten veranderen, maar het bleef aanvankelijk bij wat lapwerk.
De eerste grote verandering werd al in 1955 doorgevoerd. De Goffert kreeg verlichting, die door de Nijmeegse firma Alewijnse werd aangelegd.
Het echte timmerwerk begon in de jaren zeventig. Het bouwbedrijf van de latere voorzitter Henk van de Water zorgde in 1978 dat de hele Hazenkamptribune werd overdekt. Niet veel later volgden aanpassingen die vooral met de veiligheid van doen hadden. Zo werden op de tribunes kilometers hekwerk geplaatst.
Sinds 1951 wordt de traditionele opening middels een Vlaggenparade van de Nijmeegse Vierdaagse in het stadion gehouden.
In 1979 werd het stadion door het Nederlands voetbalelftal gebruikt om enkele kwalificatiewedstrijden voor het EK voetbal 1980 te spelen.
In 1982 werd het oude hoofdgebouw van het stadion onder handen genomen, in 1985 werd een nieuw spelershome gebouwd en weer enkele jaren later werd een stuk aangebouwd voor het CBR. Langzaam maar zeker verdween de oorspronkelijk vorm van De Goffert.
Bovendien konden alle verbouwing niet verhullen dat De Goffert een stadion uit een andere tijd was en een echte opknapbeurt nodig had. Hoewel talloze N.E.C.-fans het stadion in hun hart hadden gesloten en spelers zoals Danny Hoekman De Goffert bleven prijzen, nam de kritiek hand over hand toe.
In de loop der jaren werden er talloze plannen gemaakt voor een nieuw of vernieuwd stadion. Ballast-Nedam kwam ooit met een voorstel waarbij het speelveld een kwartslag gedraaid zou worden, Henk van de Water ontwikkelde een plan waarbij de bestaande tribunes zouden doorlopen tot aan het speelveld en in de politiek gingen geluiden op om ergens op industrie-terrein Bijsterhuizen een heel nieuw stadion te bouwen.
Geen van de plannen redde het. De voornaamste oorzaak was wel het in de geschiedenis van N.E.C. steeds maar weer terugkerende probleem van geldgebrek. N.E.C. maakte de voorbije twintig jaar nu eenmaal geen echte bloeiperiode door. Een club met toeschouwersaantallen die soms niet hoger dan 1500 gemiddeld per wedstrijd lagen, kon nu eenmaal geen gekke sprongen maken.
Pas aan het einde van de jaren negentig keerde het tij. Een toevallige samenloop van omstandigheden zorgde dat ineens kon, waarover men jaren alleen had kunnen dromen. In de eerste plaats moest er iets gebeuren, omdat de KNVB in navolging van de UEFA als eis stelde dat alle toeschouwers vanaf medio 1999 een eigen zitplaats zouden hebben. Voor de Goffert, met zijn enorme hoeveelheid staanplaatsen, zou dat betekenen dat er slechts zo'n 5.000 bruikbare plaatsen overbleven. De capaciteit, ooit 30.000, was de voorbije decennia door allerlei verbouwingen en veiligheidmaatregelen toch al teruggelopen naar net iets meer dan 10.000.
Er moest iets gebeuren en de nieuwe voorzitter Hans van Delft en zijn medebestuurder Han Weijers bleken net op het goede moment aangetreden. Zij hadden de contacten en ervaring om een dergelijk project van de grond te tillen. Bovendien bleken bedrijfsleven, gemeente en ook provincie eindelijk bereid bij te dragen.
Te bewijzen valt het niet, maar waarschijnlijk was de oplevering van het Gelredome in Arnhem net wat nodig was om in Nijmegen ook iets in gang te zetten. Men begreep dat de grote concurrent Vitesse dankzij het nieuwe stadion een enorme voorsprong zou krijgen die misschien nooit meer te overbruggen zou zijn.
De laatste factor van betekenis was dat N.E.C. net toen de plannen hun definitieve vorm begonnen te krijgen goed begon te presteren. Met een achtste plaats in de eindrangschikking van het seizoen 1997-1998 hadden de N.E.C.-bestuursleden een positief verhaal te vertellen.
In ieder geval ging het ineens hard. In februari 1999 werd het eerste deel van de oude Goffert gesloopt. Nauwelijks een half jaar later speelde N.E.C. voor het eerste in een nieuw stadion. De Goffert is nu een van de modernste stadions van Nederland. Met totaal unieke voorzieningen zoals veldverwarming en -koeling, zoncollectoren enzovoorts. De tribunes liggen pal op het veld, de toeschouwers zitten zonder uitzondering comfortabel. De sponsors worden in de watten gelegd op de zogenaamde Gaanderij en het nieuwe stadion telt veertien skyboxen.
Het Goffertstadion is een eigen huis om trots op te zijn! In september 1999 heeft N.E.C. het vernieuwde Goffertstadion in gebruik genomen met een wedstrijd tegen Spakenburg voor de Amstel Cup. De officiële opening vond op 25 januari 2000 plaats met onder andere een vriendschappelijke wedstrijd tegen het Belgische Anderlecht (3-1). Het is een stadion geworden dat aan de modernste eisen voldoet, maar dat tegelijk recht doet aan meer de honderd jaar oude traditie van de trotse voetbalclub N.E.C.
Van 1 juli 2005 tot 1 juli 2011 droeg het stadion de naam McDOS Goffertstadion.














De bouw van de oude Goffert: niets geen prefab-elementen, maar gewoon helemaal handwerk
In 1939 werd de oude Goffert geopend door
In de goede tijden zaten er bijna 30.000 mensen in de oude Goffert
De oude Goffert werd vaak verfoeid,
De oude Goffert was multifunctioneel





