1910
Periode 1910-1920
In de beginjaren ontbrak het N.E.C. aan de broodnodige financiën, want de leden en de supporters kwamen als inwoners van de benedenstad niet bepaald uit het meest daadkrachtige deel van Nijmegen. Daar kwam nog bij dat N.E.C. geen vaste ondergrond had voor haar thuiswedstrijden. Omdat dit in het seizoen 1913/1914 nog altijd het geval was, werd besloten dat de club zich moest terugtrekken uit de competitie en zodoende belandde N.E.C. in de Oostelijke afdeling E, de laagste Klasse. Er werd aan de noodrem getrokken en voormalig oprichter Guus Lodestijn betrad de functie van voorzitter. Aan hem was het nu de taak om zijn club uit het slop te trekken en daarin slaagde hij behoorlijk: N.E.C. ging spelen op een veld dat gelegen was bij de kruising tussen de Sint Annastraat en de Groenestraat en driemaal op rij eindigde N.E.C. als tweede in de zogeheten ‘noodcompetities’, welke gestart waren wegens de intrede van de Eerste Wereldoorlog.
Ondanks de bemoeilijkte omstandigheden was N.E.C. groeiende en werd er in 1917 zelfs een jeugdopleiding verwelkomd. Het kwam dan ook erg slecht uit dat N.E.C. de sportvelden aan de Sint Annastraat weer moest verlaten wegens woningbouw, maar voorzitter Lodestijn handelde even opmerkelijk als adequaat: Eliteclub Quick was gevestigd aan de Hazenkampseweg, maar liet een deel van het sportpark ongebruikt. Lodestijn kreeg toestemming om het ongebruikte stuk te huren en bestempelde Eendracht en Quick zodoende als tijdelijke buren.