Historie

Op 15 november 1900 zag voetbalclub Eendracht het levenslicht. Voor zover bekend was Eendracht in 1900 de eerste voetbalvereniging die werd opgericht door ‘gewone’ arbeiders, echte volksjongens. Voetbal was in die tijd al redelijk populair, maar het clubvoetbal was nog een echte elitaire bezigheid. Hieronder vind je de uitgebreide historie van N.E.C., weergegeven per decennium, vanaf de oprichting.

De periode 1900-1910

Guus Lodestijn, Anton Kuijpers en Wouter van Lent waren afkomstig uit de oude Nijmeegse benedenstad, destijds niet veel meer dan een achterstandsbuurt waar de armste mensen van de stad woonden. Voetbal was toentertijd al een aardig populaire sport, maar werd gezien als een spelletje voor elitaire, hoge heren. Lodestijn, Kuijpers en van Lent lieten zich hier echter niet door tegenhouden en waren dag in, dag uit met een bal te vinden op de Waalkade of op de Grote Markt. Uiteindelijk namen de drie jongens op 15 november 1900 een uniek besluit dat voor de nodige verbazing zorgde: Zij, afkomstig uit de armoedige benedenstad, gingen een voetbalclub oprichten. Afgeleid van een spreuk die op een poort op de Grote Markt stond, ‘Eendracht maakt macht’, ontstond de clubnaam ‘Eendracht’. De contributie die bij lidmaatschap betaald moest worden bedroeg 2 cent per week, waarvan om de zoveel tijd een nieuwe bal gekocht kon worden.

Terwijl Eendracht na een aantal promoties haar wedstrijden in de Tweede Klasse afwerkte deed zich bij de elitaire voetbalvereniging van Nijmegen, Quick, een ontwikkeling voor. Een aantal spelers van de club voelden zich niet thuis in de wereld van de hoge heren en begon een eigen voetbalvereniging: NVV Nijmegen. In april van het jaar 1910 fuseerden Eendracht en NVV Nijmegen, onder de naamgeving Nijmegen Eendracht Combinatie.

Periode 1910-1920

In de beginjaren ontbrak het N.E.C. aan de broodnodige financiën, want de leden en de supporters kwamen als inwoners van de benedenstad niet bepaald uit het meest daadkrachtige deel van Nijmegen. Daar kwam nog bij dat N.E.C. geen vaste ondergrond had voor haar thuiswedstrijden. Omdat dit in het seizoen 1913/1914 nog altijd het geval was, werd besloten dat de club zich moest terugtrekken uit de competitie en zodoende belandde N.E.C. in de Oostelijke afdeling E, de laagste Klasse. Er werd aan de noodrem getrokken en voormalig oprichter Guus Lodestijn betrad de functie van voorzitter. Aan hem was het nu de taak om zijn club uit het slop te trekken en daarin slaagde hij behoorlijk: N.E.C. ging spelen op een veld dat gelegen was bij de kruising tussen de Sint Annastraat en de Groenestraat en driemaal op rij eindigde N.E.C. als tweede in de zogeheten ‘noodcompetities’, welke gestart waren wegens de intrede van de Eerste Wereldoorlog.

Ondanks de bemoeilijkte omstandigheden was N.E.C. groeiende en werd er in 1917 zelfs een jeugdopleiding verwelkomd. Het kwam dan ook erg slecht uit dat N.E.C. de sportvelden aan de Sint Annastraat weer moest verlaten wegens woningbouw, maar voorzitter Lodestijn handelde even opmerkelijk als adequaat: Eliteclub Quick was gevestigd aan de Hazenkampseweg, maar liet een deel van het sportpark ongebruikt. Lodestijn kreeg toestemming om het ongebruikte stuk te huren en bestempelde Eendracht en Quick zodoende als tijdelijke buren.

Periode 1920-1930

Met ingang van de jaren twintig werd de aankoop van een eigen terrein aan de Hazenkampseweg en de Vossenlaan het belangrijkste agendapunt. Zeker voor een club uit de arbeidersklasse was dit een pittige klus, maar vanaf het seizoen 1923/1924 mocht N.E.C. zich de eigenaar noemen van een eigen sportveld. Echter bleef het publiek ondanks deze positieve ontwikkelingen slechts in kleine getalen op komen dagen, waren de financiën nog altijd niet op orde en werd er veel gezeurd door mensen die betrokken waren bij de club.

In het seizoen 1927/1928 leken deze problemen even naar de achtergrond te verdwijnen, want N.E.C. werd kampioen door al haar achttien wedstrijden te winnen en hierin maar liefst 82 maal het net te vinden. De aandacht en de lovende woorden van de pers waren voor N.E.C. een primeur, want nog nooit was de club zo interessant bevonden. Het kampioenschap van N.E.C. betekende echter niet direct promotie naar de Eerste Klasse: Destijds moest een promotiewedstrijd beslissen wie er de stap naar een hoger niveau mocht gaan maken en in dit duel trok Tubantia aan het langste eind. Een seizoen later deed zich eenzelfde soort scenario voor, alleen was PEC nu de gelukkige. Promotiewedstrijden en N.E.C. waren vooralsnog geen gelukkige combinatie, waardoor de club actief bleef in de Tweede Klasse.

Periode 1930-1940

Na de teleurstelling van het tweemaal op rij niet behalen van promotie naar de Eerste Klasse werd voor het seizoen 1930/1931 een nieuw bestuur aangesteld. Wederom schopte N.E.C. het tot de promotiewedstrijden en, ongelofelijk maar waar, wederom werd er verloren. Wanneer N.E.C. in 1933/1934 eens te meer het kampioenschap in de Tweede Klasse behaalt maar wederom niet in staat blijkt om de promotiewedstrijden te overleven, begint de uitspraak ‘Nooit Eerste Classer’ toch wel akelig veel weg te krijgen van de werkelijkheid.

We schrijven 1935/1936 wanneer N.E.C. van deze spottende benaming af weet te geraken. Na een serie spannende promotiewedstrijden volgde de beslissingswedstrijd in en tegen Borne. N.E.C. zegevierde met 0-2 en mocht zich op 28 juni 1936 voor het eerst in haar bestaan, en na vele gestrande pogingen, een Eersteklasser noemen.

De eerste twee seizoenen in de Eerste Klasse kunnen geschaard worden onder ‘alle begin is moeilijk’, getuige de voorlaatste en twee-na-laatste plaats die destijds behaald werden. Het derde seizoen werd echter het seizoen van de omgekeerde wereld: N.E.C. werd kampioen van de Eerste Klasse en zodoende mochten de rood-groen-zwarten zich mengen in de strijd om de landstitel. Hierin kroonde Ajax zich tot landskampioen, maar N.E.C. boekte een enorm succes door als nummer drie van Nederland te eindigen. Tussen alle festiviteiten en positieve ontwikkelingen door werd N.E.C. nog wel opgeschrikt door vervelend nieuws omtrent een van haar oprichters: Anton Kuijpers had, veel te vroeg, het leven moeten laten.

Gelijktijdig met alle teleurstellingen én successen die N.E.C. in de jaren dertig op haar veld aan de Hazenkampseweg beleefde, was er enkele honderden meters verderop een heel ander proces in volle gang. Duizenden werklozen Nijmegenaren waren hier in de weer met het uitgraven en bouwen van het Goffertstadion, dat op 8 juli 1939 werd geopend. Zowel N.E.C. als Quick werden benaderd om de vaste bespeler van het stadion te worden, maar beide clubs weigerden wegens het feit dat zij dan huur moesten betalen en al over een accommodatie beschikten.

Periode 1940-1950

De Tweede Wereldoorlog woedde inmiddels voort en zo goed en kwaad als het ging werd er ondertussen nog gevoetbald, maar de resultaten vielen tegen. Na een aantal zeer matige seizoenen kreeg N.E.C. in 1943 ook te maken met het overlijden van Wouter van Lent, na Anton Kuijpers de tweede oprichter van N.E.C. die het leven liet.

Tijdens de oorlog had het speelveld van N.E.C. aan de Hazenkampseweg gediend als kampement, waardoor er van het terrein weinig meer over was. Daar kwam nog bovenop dat de gemeente in de toekomst wilde starten met woningbouw op het inmiddels voormalige speelveld van N.E.C., waardoor er geen andere optie was dan alweer op zoek te gaan naar een nieuw speelterrein. Natuurlijk was het Goffertstadion speelklaar en N.E.C. zag, met de wedstrijden om het kampioenschap van Nederland nog in het achterhoofd, hier de voordelen wel van in. Zodoende werd besloten de vaste bespeler te worden van het Goffertstadion en mocht N.E.C. het vanaf het seizoen 1945/1946 haar thuishaven noemen.

Periode 1950-1960

Het seizoen 1953/1954 was nog geen maand oud toen N.E.C. werd opgeschrikt met triest nieuws omtrent Guus Lodestijn, die ruim vijftig jaar na de oprichting van Eendracht zijn laatste adem had uitgeblazen. In dezelfde jaren werd op de achtergrond gewerkt aan de invoering van profvoetbal in Nederland, waarbij N.E.C. een belangrijke beslissing te wachten stond: Ging men meedoen en haar spelers betalen, of zou N.E.C. een amateurvereniging blijven? Na een algemene ledenvergadering trad het bestuur naar buiten met de mededeling dat de knoop was doorgehakt: N.E.C. zou zich voortaan een profclub mogen noemen. Echter bleek al snel dat de transitie van een amateurvereniging naar een profclub geen gemakkelijke was. De eenheid binnen de club raakte verstoord, met onderling wantrouwen en bestuurlijke wanorde als voornaamste kenmerken. Al deze problemen achter de schermen droegen ook niet bij aan de sportieve prestaties, die de resterende jaren vijftig niet van het gewenste niveau waren.          

Periode 1960-1970

N.E.C. zat in een dal. Het lukte de club al vijf seizoenen op een rij niet om te promoveren naar de Eerste Divisie, het voltallige bestuur besloot af te stappen en financieel was het niet om over naar huis te schrijven. Alsof dat niet genoeg was voerde de KNVB in het seizoen 1961/1962 een nieuwe regeling door: De onderste vijf ploegen uit de Tweede Divisie moesten terugkeren naar het amateurvoetbal. Na een dramatische seizoenstart wist N.E.C. maar niet weg te geraken van de gedoemde onderste regionen, waardoor de toekomst van N.E.C. als profclub aan een flinterdun draadje kwam te hangen. Uiteindelijk belandde N.E.C. in de nacompetitie, waarin beslist zou worden welke club het profvoetbal gedag moest zeggen. De tegenstander in de beslissingswedstrijd was Oldenzaal, tegen wie N.E.C. aantrad met een elftal vol Nijmeegse jongens. Van hen kroonde Tini van Reeken zich tot de grote held van N.E.C., door voor de enige en winnende treffer te tekenen en zijn club zodoende te behoeden voor amateurvoetbal.

Enkele jaren later, in 1964, lukte het N.E.C. eindelijk om haar grote missie te volbrengen: Promotie naar de Eerste Divisie was een feit! Uiteraard moest N.E.C. om dit bereiken eerst weer een promotiewedstrijd spelen, maar deze keer trokken de Nijmegenaren in een confrontatie met Alkmaar aan het langste eind. Het verblijf van N.E.C. in de Eerste Divisie duurde vervolgens drie seizoenen, want in het seizoen 1966/1967 wist de ploeg voor de eerste keer in de geschiedenis promotie naar de Eredivisie af te dwingen. De verwachting was dat N.E.C. hier moest gaan knokken voor lijfsbehoud, maar niets bleek minder waar. De Nijmegenaren weerden zich meer dan kranig tegen het Eredivisiegeweld en de club wist de eerste seizoenen op het hoogste niveau telkens zeer verdienstelijk rond de tiende plaats te eindigen.

Periode 1970-1980

De goede lijn die N.E.C. in de Eredivisie had ingezet wist de ploeg nog een aantal jaar door te trekken. Sterker nog, N.E.C. ging daarnaast ook goed presteren in het bekertoernooi: Nadat achtereenvolgens Go Ahead Eagles, SVV, Feyenoord en AZ ’67 werden uitgeschakeld bereikte N.E.C. in 1973 voor de eerste keer de bekerfinale, waarin NAC de tegenstander was. Ondanks dat N.E.C. als favoriet werd beschouwd zegevierden de Bredanaren met 1-0.

In het seizoen na de bekerfinale kwam de klad erin en degradeerde N.E.C. op de laatste speeldag van de competitie naar de Eerste Divisie. De club wilde uiteraard zo snel mogelijk weer terugkeren en precies zoals de club een jaar eerder op de laatste dag degradeerde, slaagde de ploeg er nu in om op de laatste speeldag weer te promoveren.

Periode 1980-1990

Zo verrassend goed als N.E.C. debuteerde in de Eredivisie, zo teleurstellend waren de resultaten bij de terugkeer van de Nijmegenaren. Na een aantal eindklasseringen nét boven de degradatiestreep, viel het doek in het seizoen 1982/1983 dan toch echt. Wel bereikte N.E.C. in 1983 de bekerfinale, maar net als tien jaar eerder verloor het deze. Een meer dan schrale troost was de regeling dat de verliezend bekerfinalist zich destijds verzekerde van Europees voetbal in het eerstvolgende seizoen, waardoor N.E.C. als Eerstedivisionist een aantal wedstrijden op Europees niveau mocht acteren.

Het werd een memorabel Europees avontuur, want wát een tegenstander rolde er uit de koker nadat N.E.C. in de eerste ronde al Brann Bergen had uitgeschakeld: FC Barcelona, waar destijds namen als Maradona en Schuster rondliepen, kwam naar Nijmegen. In een bomvol Goffertstadion leek zelfs even een wonder te gebeuren, want N.E.C. kwam op een 2-0 voorsprong. Uiteindelijk trof FC Barcelona, weliswaar zonder de geblesseerde Maradonna, nog driemaal doel en dus verloor N.E.C. Bij de returnwedstrijd in Spanje trok FC Barcelona ook aan het langste eind en dus was N.E.C. uitgeschakeld, maar de Nijmegenaren konden terugblikken op een prachtige eerste Europese ervaring.

In de nationale competitie presteerde N.E.C. in de verdere jaren tachtig zeer wisselvallig. Zo promoveerden de Nijmegenaren in 1985 naar de Eredivisie, zakte het weer terug naar de Eerste Divisie en wist het in 1989 weer de stap te maken naar de Eredivisie.

Periode 1990-2000

Na de promotie in 1989 was de periode waarin N.E.C. actief wist te blijven in de Eredivisie wederom van korte duur. Na eindklasseringen op de zestiende en achttiende plaats zakten de rood-groen-zwarten weer terug naar de Eerste Divisie, waar het tot 1994 zou blijven. In ditzelfde seizoen wist N.E.C. in het bekertoernooi door te stoten tot aan de finale, maar hierin bleek Feyenoord te sterk.

Het sterke bekertoernooi bleek in eerste instantie geen voorbode voor een succesvol verblijf in de Eredivisie, maar N.E.C. wist zich telkens ternauwernood te handhaven. In 1998 eindigde de ploeg zelfs als achtste, waarmee het beste resultaat sinds twintig jaar behaald werd. Deze goede prestatie wisten de Nijmegenaren door te trekken en zo ging N.E.C. als Eredivisionist de 21e eeuw in.

Tevens stond er tijdens de laatste jaren '90 een voornaam bestuurder op die N.E.C. van nieuw elan voorzag. Onder leiding van voorzitter Hans van Delft werd er gewerkt aan het imago van de club en werd er tevens gewerkt aan plannen voor een vernieuwde Goffert, welke aan het begin van de volgende eeuw werd geopend.

Periode 2000-2010

In een volledig vernieuwde Goffert startte N.E.C. aan de twintigste eeuw. In het seizoen 1999/2000 bereikte N.E.C. opnieuw de bekerfinale, maar ook deze ging verloren. Roda JC was met 2-0 te sterk. Toch sleepte de club wel een prijs in de wacht. N.E.C. werd dat seizoen uitgeroepen tot club van het jaar. In het seizoen 2002/2003 wist N.E.C. onder leiding van trainer Johan Neeskens de beste eindklassering uit de clubgeschiedenis te bewerkstelligen: Op de laatste speeldag, in ongeveer de allerlaatste seconde van de uitwedstrijd tegen RKC Waarlijk, was Jarda Simr de man die N.E.C. naar de overwinning en daarmee de vijfde plaats in de Eredivisie schoot. Door deze vijfde plaats mocht N.E.C. in het daaropvolgende seizoen deelnemen aan de UEFA Cup, maar de Nijmegenaren sneuvelden al in de eerste ronde tegen Wisla Krakau.

Vijf jaar later kreeg N.E.C. de gelegenheid voor een herkansing in Europa. Na een dramatische eerste seizoenshelft volgde na de winterstop een heuse wederopstanding in de Goffert, waardoor N.E.C. als achtste eindigde. In de play-offs die volgden waren de Nijmegenaren heer en meester, waarna ook nog Dinamo Boekarest werd uitgeschakeld in de voorrondes. Sterker nog, onder leiding van oefenmeester Mario Been wist N.E.C. vervolgens te overleven in een poulefase met Udinese, Tottenham Hotspur, Dinamo Zagreb en Spartak Moskou. In de knock-out fase die volgde werd N.E.C. gekoppeld aan HSV, maar ondanks de enorme steun voor N.E.C. bleken de Duitsers een maatje te groot.

Periode 2010-heden

Aan het begin van dit decennium werkte de topscoorder van de vaderlandese competitie zijn thuiswedstrijden af in onze Goffert. Bjorn Vleminckx werd in het seizoen 2010/2011 topscoorder van de Eredivisie met 23 doelpunten. Na twintig jaar onafgebroken in de Eredivisie te hebben gevoetbald ging het in het seizoen 2013/2014 mis voor N.E.C.: De ploeg degradeerde doordat er in de nacompetitie verloren werd van Sparta, maar N.E.C. toonde zich vervolgens een ploeg van Eredivisieformaat: Het elftal van Ruud Brood wervelde door de Jupiler League heen en legde beslag op alle vier de periodetitels, waarbij het ene na het andere record werd verbroken. Zo scoorde N.E.C. precies honderd doelpunten en speelde het meer dan honderd punten bij elkaar, een ongekende prestatie.  

Na het denderende seizoen in de Jupiler League eindigde N.E.C. een jaar later in de Eredivisie op een keurige tiende plaats. Het daaropvolgende seizoen was echter het seizoen van de totale ineenstorting: Na de winterstop stond N.E.C. negende en leek er geen vuiltje aan de lucht, maar een vrije val volgde. N.E.C. behaalde in dertien wedstrijden nog maar drie punten en mocht zich, al wist het haar laatste twee competitiewedstrijden nog wel winnend af te sluiten, klaarmaken voor de play-offs tegen degradatie. Nadat FC Emmen werd uitgeschakeld volgde tegen NAC Breda een waar doemscenario: Na een 1-0 uitnederlaag werd er in de Goffert met 1-4 verloren en was de degradatie van N.E.C. een feit.

Het seizoen 2017/2018 moest dus worden afgewerkt in de Jupiler League, waar N.E.C. tot op de laatste speeldag van competitie streed om de titel met Jong Ajax en Fortuna. N.E.C. had de kaarten echter niet meer in eigen hand en de concurrenten deden wat ze moesten doen: Zodoende werd Jong Ajax kampioen, promoveerde Fortuna Sittard als nummer twee rechtstreeks naar de Eredivisie en gingen de Nijmegenaren de nacompetitie in.


Evenals het jaar ervoor was FC Emmen de tegenstander in de halve finale van de play-offs. In Emmen ging N.E.C. met 4-0 keihard onderuit, waardoor het een schier onmogelijke opgave was om in eigen huis het verlies nog recht te zetten. In de eigen Goffert kwam N.E.C. drie dagen later nog wel tot 4-1, maar het was niet genoeg. Door de uitschakeling is N.E.C. ook komend seizoen actief in de Jupiler League.

Historie van N.E.C.

Een video waarin de historie in grote lijnen in beeld wordt gebracht van de Nijmeegse voetbalclub N.E.C.


Clublied: Weer trekken wij ten strijde

Muziek: J. de Vos | Tekst: E. Schepers

Daar, aan de boorden van de Waal
ligt de oude Keizerstad,
die door de eeuwen heen de taal
des Keizers nooit vergat.
Die taal van vechten voor het doel
kregen wij van hen mee,
met het juist beleid, de hoofden koel
vechten voor N.E.C.

Refrein
Weer trekken wij ten strijde
voor rood, zwart en groen,
vechten te allen tijde
N.E.C. wordt kampioen!
Vechten te allen tijde
N.E.C. wordt kampioen!

Kom mannen, hou de kleuren hoog
van Goffert, van club en stad!
Blijf vechten, hou ’t doel in ’t oog
al zit het soms niet glad!
Breng Nijmegen steeds hoger op
’t is ’t aan de stad verplicht!
Neem N.E.C. mee naar de top
de strijd hier op gericht.

Refrein

En valt de strijd niet altijd mee
verliest dan toch nooit de moed!
Hou hoog de naam van N.E.C.
in voor en tegenspoed!
Laat steeds weer weten in het land
waar N.E.C. behoort,
denk steeds aan de sportieve kant
zowel in daad als woord.

Refrein


Luister het clublied