'Hoe gaat het in de wijk?' Saïd Achouitar (27) zit op een zondagmiddag in sporthal de Meijhorst in Nijmegen op de grond. Om hem heen heeft hij zestien donkere jongens verzameld die graag in de zaal willen voetballen. Maar voor ze het veld op mogen, zijn er een paar horden te nemen. Ze moeten zich op school, thuis en in de wijk vlekkeloos gedragen. Achouitar controleert dat.
In de wijk gaat het goed, zeggen ze. Maar de trainer is wantrouwig. 'Ik heb volgende week overleg met het jongerencentrum en laat ik niet iets anders horen.' Dan steekt Younnes zijn vinger op. Hij heeft een meidenactiviteit verstoord en is op zijn vingers getikt. Achouitar lacht. 'Zat er een leuk meisje bij?'
Buurtbattle
Een andere groep heeft dertig winkelwagentjes teruggebracht naar winkelcentrum Dukenburg, en daarmee extra punten verdient voor de buurtbattle, een competitie met de andere wijken. 'Dus boys, jullie moeten voor 22 maart ook nog iets doen. Ga koken voor ouderen of op straat troep opruimen. Laat me weten wat je doet.'
Saïd Achouitar, een Marokkaan, is Nijmegenaar van het jaar 2008 geworden. Hij werd begin januari gekozen uit drie genomineerden. En dat in een tijd dat burgemeester Thom de Graaf de Marokkanen de meeste schuld gaf van de overlast in winkelcentrum de Meijhorst. Maar Achouitar ziet het niet als goedmakertje. 'De meeste stemmen gingen gewoon naar mij.'
Achouitar voetbalde nog op niveau in de zaal toen hij op zijn 18de met jongens uit zijn Nijmeegse wijk Heseveld begon te spelen. 'Ik kon al gauw zaterdags niet meer uit, want zondagochtend stonden er dertig jongetjes voor deur.' Hij gaf ze wat hij zelf graag had willen hebben: voetbal, discipline, duidelijkheid en structuur.
Huiswerkbegeleiding
Het enthousiasme van de jongeren was zo groot dat hij er telkens iets aan 'vast kon plakken', zoals huiswerkbegeleiding of iets terug doen voor de wijk. 'Voor deze jongens is voetbal het allerbelangrijkste, voor mij is voetbal is een middel om contact te maken.' Zijn missie is geslaagd als de jongeren een vervolgopleiding gaan volgen. De schoolprestaties in drie wijken, waar hij al langer actief is, gingen al met een punt omhoog.
Een groot voordeel is dat hij een van hen is. 'Ik kom van de straat, ik spreek hun taal, ik weet wat ze nodig hebben.' Hij is hun rolmodel, of zoals hij half voor de grap, half serieus zegt: 'Ik ben een natuurtalent.'
Al snel stopte hij met voetballen en legde zich toe op de begeleiding van zijn jongere broertjes, neefjes en andere straatjochies. Nu, na acht jaar, is hij met zijn Futsal Chabbab (zaalvoetbal voor jongeren) actief in vijf wijken, waaronder de slechtste - Hatert - en de beruchtste - de Meijhorst.
Methode
Er wordt zelfs een methode ontwikkeld, de Methode Saïd. Twee sociologen volgen hem op de voet en beschrijven alles wat hij doet en zegt. De provincie Gelderland maakte daarvoor 100 duizend euro vrij en hoopt dat de werkwijze kan worden uitgerold in Ede en Culemborg en andere Gelderse plaatsen met een
'Marokkanenprobleem'.
Zijn zelfbedachte methode kun je het best omschrijven als: op voorwaarden voetballen. Er wordt alleen gespeeld als het op school, thuis en in de wijk goed gaat. Jongeren moeten hun rapport meebrengen. Als de punten te laag zijn, volgt huiswerkbegeleiding. Komt er een signaal van overlast in de wijk dan luidt de straf: schorsing van een week of twee.
Dat hij alle tweehonderd leden van de club bij naam kent, is een 'allereerste voorwaarde', zegt hij, want hij weet veel van ze. Hij is hun allerstrengste 'broer'.
Zestien jongens, in alle denkbare kleuren en maten, draven in sportzaal de Meijhorst heen en weer als warming-up. Mohammed (18) en Radi (17) splitsen de groep in tweeën om in tweetallen op het doel te schieten. Achouitar zit aan de kant en kijkt toe, maar ziet alles. Zo nu en dan roept hij een aanwijzing. 'Op je voorvoetjes.'
Trainers
Hij probeert zijn werk over te dragen aan een achttal 'trainers', jongens van het eerste uur die hij 'opvoedde'. 'Kijk dat is goed', wijst hij naar zijn jongere broer Mo, 'veel met ze praten en herhalen, herhalen en herhalen.'
Futsal Chabbab is pas sinds september in deze wijk actief. Maar de twee groepen (van 9 tot 12 en van 12 tot 16 jaar) puilen nu al uit van jongens die willen leren voetballen. 'Echt voetballen. Niet zomaar vrijblijvend een balletje trappen', zegt Achouitar.
Hij heeft alle KNVB-trainersdiploma's, zijn vereniging Chabbab Hees is Nederlands kampioen geworden, veel jongens zaalvoetballen in district Oost en er zit er zelfs één, Zakaria Kerkri, in het Nederlands elftal.
Het is deze reputatie die de jongens volgzaam stemt. Dat komt goed uit, want het gaat er allesbehalve antiautoritair aan toe in de sportzaal.
De voetballertjes moeten zich bij het minste of geringste twintig keer opdrukken. 'Kijk me eens aan', beveelt Achouitar een jochie dat hem met afgewend hoofd en met tegenzin een hand geeft.
Scheenbeschermers
Het is verrassend hoe veeleisend deze slungelige Marokkaan met zijn onvermijdelijke pet kan zijn. Er is geen excuus voor jongens die hun scheenbeschermers zijn vergeten. 'Wij houden ons aan onze afspraak, jullie ook.'
Maar zijn onverbiddelijkheid is slechts verbaal. Hij grapt en knuffelt met iedereen. 'Ze krijgen veel terug', vindt hij. In ruil voor hun inzet en gehoorzaamheid krijgen ze een mooi zwart uniform met in zwart en rood de clubnaam Futsal Chabbab.
Die trainingscultuur heeft effect, zegt sporthalbeheerder Peter Michiels. Hij heeft geen omkijken naar de zaal. 'Bij andere organisaties moeten we erbij blijven om te zorgen dat er geen rotzooi wordt getrapt.' Volgens Michiels zijn deze jongens hier niet alleen voor hun plezier. 'Ze willen een doel bereiken.'
Futsal Chabbab richt zich niet alleen op de jongste, maar ook op oudere jongens uit de vijf wijken. Acht van hen worden opgeleid tot professionele trainers. Als de Methode Saïd wordt uitgerold, moeten dat er tientallen worden: het middenkader.
Initialen
Voor jonge mannen als Ibrahim (24) is dat een kans op een gewoon bestaan. Hij en Achouitar zijn samen opgegroeid, maar ergens onderweg raakten ze elkaar kwijt. 'Vroeger stond ik alleen met mijn initialen in de krant', lacht Ibrahim. 'Ik blowde, dronk, en deed slechte dingen.' Hij zat een aantal keren vast, maar ging daarna gewoon weer door. 'Ik was beïnvloedbaar.'
Op zijn 22ste besloot hij dat 'criminele rotpad' te verlaten en stapte met lood in zijn schoenen op zijn succesvolle jeugdvriend af. 'Kun je me helpen', vroeg hij. Op een voorwaarde, luidde het antwoord, 'dat je me nooit in de steek laat'. Sindsdien heeft Ibrahim een dagindeling, zit hij op school en loopt hij stage bij de club. Hij leidt zelfstandig de groepen in de wijk Hatert. 'In het begin bakte ik er niks van, maar nu lopen die dertig jongetjes met me weg.'
Het leven is zoveel gemakkelijker als je een huis en een auto op je naam kunt zetten en niet steeds over je schouder hoeft te kijken, zegt hij.
Respect
'Wat heb je van mij geleerd?', wil Achouitar weten. 'Respect', doet zijn vriend een gooi. Maar Achouitar eist meer. Ibrahim denkt lang na en zegt dan zacht: 'zelfvertrouwen, ik heb zelfvertrouwen gekregen'.
Stagiaires benadert Achouitar op dezelfde wijze als zijn mensen in de sportzaal. Opmerkingen uit het weekoverleg: 'Vorige week had je je spullen ook al niet bij je.' 'Ja, ìk weet wel wat we deze week moeten doen, maar hoe zit het met jullie?'
De stagiaires houden de organisatie draaiende. Ze komen van allerlei opleidingen en begeleiden de competities, huiswerk en buurtbattles. Voor dit 'leerbedrijf' wordt permanent een docent van het regionale opleidingscentrum (roc) uitgeleend.
Futsal Chabbab is een houtje-touwtjeorganisatie. Er is zaalvoetbal, een leerbedrijf en de Methode Saïd. Er is een stichting, een vereniging en een zelfstandige zonder personeel (zzp'er): Achouitar. En dat in een pand dat op de nominatie staat gesloopt te worden, met 'zevendehands' kantoormeubels en drie computers.
N.E.C.
Het ROC de gemeente, voetbalclub N.E.C., de woningcorporatie Talis, de provincie, alle doen ze een kleine duit in de zak. 'Eenderde van wat we nodig hebben om in een wijk een project te laten draaien, moet nog binnenkomen.'
Dat Achouitar een knuffel-Marokkaan is geworden, brengt veel publiciteit en aandacht met zich mee, maar heeft zich nog niet uitbetaald in harde pegels. De kredietcrisis zit tegen. De drie computers betaalde hij uit eigen zak, en het aantal jongeren dat wil voetballen, groeit zo hard dat hij niet genoeg tenues voor ze heeft.
'Over een paar weken', belooft hij een jongetje uit de Meijhorst dat nog een hesje nodig heeft. 'Maakt niet uit', roept die en rent weg in een shirt en veel te grote broek. Zielsgelukkig dat hij die in elk geval binnen heeft.
Bij de gemeente aankloppen ziet Achouitar zichzelf niet doen. 'Zij kunnen zelf toch ook rekenen? Zij weten toch wat jongerenwerk kost.'
Doodmoe
Hij leunt met rode ogen tegen een deurpost. Doodmoe. Zijn leven als rolmodel is soms een loden last. Hij zit al acht jaar in een mooie droom van waaruit hij niet hoeft te ontwaken, 'want zijn succes dendert maar door', maar het is ook 'gekkenwerk, zeven dagen in de week'.
Een paar dagen later tijdens een spannende buurtbattle is hij weer helemaal boven Jan. De jongens zijn bloedfanatiek en de tribune zit stampvol. 'En', vraagt Achouitar trots, 'wat voor cijfer geef je het project? Zal dit elders ook werken, denk je?'
NIEUWS
"Wij staan voor de Wijk" timmert samen met Futsal Chabbab aan de weg
Vandaag een artikel over de methode-Saïd in de Volkskrant: Met zijn zaalvoetbalproject Futsal Chabbab houdt Saïd Achouitar steeds meer Nijmeegse jongeren van de straat. 'Ik ben een natuurtalent.'